HomearrowTelevisiearrowZuiderzeevertellingen (online)

Zuiderzee Vertellingen

Schokland
De overstroming van 1825

Men had al zo’n angstig voorgevoel. Een visser had in de monding van de IJssel een steur gevangen en dat was een slecht voorteken. In de eerste dagen van februari 1825 begon het hevig te stormen. De zee werd opgestuwd en door een hoge vloedstand liep heel Schokland onder. Het water bleef maar stijgen. De vuren in de lichtbakens doofden door het opspattende water. De mensen sleepten hun spullen naar boven en hokten angstig bij elkaar op zolder. De funderingen kraakten en huizen stortten in. Jannes Ruiter in de Molenbuurt voelde het huis bewegen in het water. Hij hakte een gat in de buitenmuur. Toen een enorme tobbe voorbij kwam dobberen wist hij die te pakken en vast te maken aan losdrijvend wrakhout en zo slaagde hij erin zich met zijn vrouw en twaalf anderen te redden voordat zijn hele huisje in de golven verdween.

In de muur van het kerkje op Schokland geeft een steen aan hoe hoog het water stond in 1825. In de eeuwen daarvoor werd er nog graan verbouwd op het eiland en liepen er koeien. De melk van die koeien werd gebruikt om boter van te maken die een beetje zilt smaakte en dat vonden veel mensen best lekker.

In de loop van de eeuwen kalfde het land steeds verder af, de grond werd drassig en moerassig. Graan kon er niet meer worden verbouwd, de koeien werden verkocht. De stormen sloegen aan de westkant steeds weer stukken land weg. En in het begin van de 19de eeuw probeerde men het water te keren met een dijk van basaltsteen, maar de storm van 1825 sloeg de hele dijk weg.

Om het eiland te beschermen werden er palen in de grond geheid. Een reiziger heeft eens gezegd: "Schokland is een met palen aan de bodem vastgepind eiland". Die palen moesten steeds weer worden vernieuwd want ze werden aangevreten door de paalworm en konden zo maar afknappen. Bij de storm van 1825 werden 1800 palen losgerukt, ze knalden tegen de boerderijen op het vasteland bij Kampen en richtten grote schade aan.

De palen schuin in zee waren verbonden met de in de grond geheide palen door jukken, daarover was een smalle loopplank en daarover liep je vanaf de Middelbuurt naar het noorden tot Emmeloord en naar het zuiden tot de Zuidert, want over het drassige land was dat bijna niet meer mogelijk.

Als je elkaar tegenkwam pakte je elkaar om het middel, draaide rond en kon dan de weg vervolgen. Dat noemde men de Schokker dans. Jongens die een leuk meisje tegen kwamen draaiden wel drie keer in de rondte.

Kerkje
De dominee uit Urk
Die zou op Schokland preken
doch ‘t razen van de storm
deed hem zijn preek vergeten

Van de kerken op Schokland is die in de Middelbuurt overgebleven. Het mooi gerestaureerde gebouw maakt onderdeel uit van het museum. In het kerkje is veel gebeden voor de behouden vaart van de vissers. De dominee behoorde tot de notabelen van het eiland.

Dominee Coutine probeerde zijn leven wat op te fleuren met plantjes voor de ramen van de pastorie en bomen in de tuin. Hij probeerde zelfs druiven te kweken. Er werd verteld dat hij niet tegen de lucht van vis kon die de Schokkers om zich heen hadden. Als hij preekte in de kerk, droeg hij een open flacon eau de cologne onder zijn toga.

Armoede
De mensen op Schokland hadden het arm. Ze aten brood, aardappelen, gort en natuurlijk vis. Er woonden zo’n 700 mensen. Ze werden gemiddeld 38 jaar. Men trouwde onder elkaar, meestal heel jong en bijna altijd zodra een meisje in verwachting was. Veel Schokkers hadden rood haar. De meisjes bleekten hun haar zodat het knalgeel zag. In huis stond niet veel meer dan een tafel en een paar stoelen, wat eenvoudig aardewerk en een haardvuur, waarvan de rook en de warmte naar zolder ging waar de netten te drogen hingen.

Zuidert
Op Zuidert stonden maar 16 huisjes en er woonden zo’n 80 mensen op een met plaggen en afval opgeworpen terp. De huisjes waren van hout met rieten daken. Je moest dan ook ontzettend oppassen voor brand. In 1775 is de hele Zuidert afgebrand en weer opgebouwd.

Voor drinkwater was je aangewezen op de putten. Maar het water werd steeds brakker en daarom ging men over op regenwater dat werd opgevangen in tonnen en kelders.  Van het grote leien dak van de kerk in de Middelbuurt stroomde zoveel water dat het per emmer werd verkocht. De opbrengst was voor de armen en die waren er genoeg op Schokland.
De slechte watervoorziening kon makkelijk tot epidemieën leiden. Op Schokland is een paar keer cholera uitgebroken. De doden werden overgoten met ongebluste kalk en zo snel mogelijk op het drenkelingen kerkhof begraven.

De huisjes op Zuidert werden bij de storm van 1825 zwaar beschadigd en weer gerepareerd. Maar de overheid besloot in 1855 het buurtje te ontruimen. De mensen gingen niet naar het vasteland maar vestigden zich in de Middelbuurt bij hun familie.

Vuurbaken en kerkfundering
Na de storm van 1825 werd een nieuw vuurbaken neergezet, een ronde toren waarvan de fundering is overgebleven. De vuurtorenwachter moest ‘s nachts een kolenvuur brandend houden want door de diepe vaargeul voeren veel schepen. Als de zee dicht vroor in de winter werd het vuur gedoofd en kreeg de vuurtorenwachter geen salaris. Er was ook een klein torentje met een klok en een uurwerk. Als het mist was moest de wachter om de twee uur het uurwerk opwinden en dan sloeg de klok 36 keer per minuut om de schepen te waarschuwen.

Het huis van de vuurtorenwachter stond tegen de ruïne van de middeleeuwse kerk waarvan nu alleen nog de fundering over is. In en om de kerk werden de doden begraven. Bij hoog water en als het hard stormde sloegen soms de graven open en dreven de doodkisten rond. De Schokkers durfden hier ‘s avonds niet te komen omdat het er spookte. Twee broers die hier vuurtorenwachter waren konden niet tegen de vreemde geluiden, de ronddrijvende geraamten en de eenzaamheid, zijn hier stapelgek vandaan gehaald.

Haven in het noorden
In het noorden van Schokland lag Emmeloord, waarna het huidige Emmeloord in de Noordoost Polder is vernoemd.
Bij de storm van 1825 werden 26 huizen verwoest en 13 mensen verdronken. De huizen werden herbouwd.
De haven bracht de nodige levendigheid. Toch werd de armoede van de Schokkers steeds groter. Het land bracht vrijwel niets meer op. Om de vissersschepen te betalen hadden de meesten grote schulden. In het verlaten raadhuisje werden weefgetouwen gezet zodat vrouwen en kinderen een paar centen konden bijverdienen.
In 1859 besloot de regering dat alle bewoners van Schokland moesten verdwijnen. De huisjes werden gesloopt en op het vaste land herbouwd bijvoorbeeld even buiten Kampen waar veel Schokkers woonden. Dat buurtje is nu weg, maar een rijtje huisjes is bewaard in het Zuiderzeemuseum.

Alleen de havenmeesters in het noorden bleef op Schokland wonen met hun gezin, zoals de legendarische Harm Smit, hij had genoeg om handen. Hij zorgde voor de vuurtoren, was directeur van de visafslag, en runde een winkeltje en een postkantoortje voor de vissers. Het kerkje in de Middelbuurt bleef staan als onderkomen en bergplaats voor de dijkwerkers.

Herbegrafenis
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd gezocht naar de graven van de kerk van Ens. Daarbij kwamen de resten van de fundering tevoorschijn, die werden naderhand opgemetseld. De skeletten werden bewaard in een instituut in Amsterdam. Na een jarenlange strijd slaagde nazaten van de schokkers erin om de gebeenten terug te krijgen. Op 7 mei 2003 werden ze plechtig herbegraven op de plek waar ze horen. In een grafkelder onder de kerk van Ens.

Wandelen rond het eiland
Schokland is nu beschermd door Unesco als wereldmonument. Om te voorkomen dat het voormalige eiland verder inklinkt worden er weiden aangelegd om het water vast te houden. Het is een wonderlijk stukje grond midden in het nieuwe land van de Noordoostpolder, met een bijzondere flora en fauna. In de grond zijn sporen gevonden van vroege bewoners uit de prehistorie, in het drooggevallen land kwamen tientallen scheepswrakken tevoorschijn. Dit is een uitstekend plekje om een lange wandeling te maken, te denken aan de generaties vissers die hier met moeite het hoofd boven water hielden en te genieten van de stilte, de ruimte en de natuur.

Info:
Museum Schokland; tel: 0527-251396
www.schokland.nl

photo_vervolg_26.jpg