VOC-vertellingen
Selecteer een Hoofdstuk
Verslagen en verzinsels
Als de VOC zeelieden thuis kwamen hing men aan hun lippen. In onze tijd heeft iedereen door televisie, internet en afbeeldingen in boeken en tijdschriften al heel jong een beeld hoe de wereld er uit ziet. In de beginjaren van de VOC waren boeken, prenten en schilderijen alleen te betalen door de allerrijksten. Neptunus op een zeemonster, zoals afgebeeld op een kaart van de stad HoornBovendien waren er nog maar zo weinig Nederlanders naar het Verre Oosten geweest, dat men gewoon geen idee had wat daar allemaal te zien was. De zeelui vertelden over vreemde volken en godsdiensten, over olifanten, apen, giraffen en allerlei andere beesten die de meeste Hollanders nog nooit hadden gezien. Ze keken ongelovig naar de vertellers en vroegen zich af of het allemaal wel waar was. Hoewel veel zeelui van alles door elkaar haalden en hun verhalen nog smeuïger maakten met verzinsels over meerminnen en monsters waren er anderen die een ijzeren geheugen hadden en goede omschrijvingen konden geven. Tekenaars en kunstschilders luisterden graag naar hen, ze maakten schetsen en vroegen of het goed was, waarna ze zo nodig wijzigingen aanbrachten, ongeveer zoals een politietekenaar een portret maakt aan de hand van getuigenverklaringen. Jammer genoeg waren er maar heel weinig zeelui die goed konden tekenen, of kunstenaars die een reis maakten om onderweg te schetsen wat ze zagen. Trouwens de VOC had helemaal geen behoefte aan pottenkijkers. Zij wilden uit angst voor concurrentie alles zo veel mogelijk geheim houden. Portret van Georg RumphiusNadat een oud VOC dienaar, Georg Rumphius met grote nauwkeurigheid planten, schelpen en andere zaken op de Molukken had getekend en beschreven legden de bewindhebbers het werk in de kluis. Het zou jaren duren voordat de informatie in een boek werd uitgegeven. De bewindhebbers werden wel nauwkeurig op de hoogte gehouden van alles wat er gebeurde in de VOC vestigingen. De hele dag zaten klerken op te schrijven wat er werd gekocht en verkocht. Er werden nauwkeurig registers bijgehouden, een soort dagboeken. Soms gaat het daarbij om opwindende verhalen van oorlogen en aanslagen, maar vaak vergleden de dagen eentonig en werd alleen maar geschreven over de grote hitte en de eenzaamheid. De schippers hielden aan boord journalen bij, niet alleen van de gebeurtenissen maar vooral met gegevens over de route, de zeestromingen, de stormen, de contacten met de bevolking en te vermijden gevaarlijke plaatsen. Het grote publiek kreeg die zaken niet onder ogen en was trouwens veel nieuwsgieriger naar spannende verhalen zoals over de ongelukkige reis van Bontekoe of de ramp met de Batavia. Schipper Bontekoe uit Hoorn had niet veel geluk in zijn carrière. Verschillende malen verspeelde hij een schip met als toppunt een brand aan boord. Nadat een brandje niet goed was gedoofd, laaide het vuur weer op en bereikte de kruitkamer, waarna het schip de lucht in vloog en maar enkele tientallen zeelui het ongeluk overleefden. Na barre omzwervingen bereikten de schipbreukelingen Batavia. Gouverneur-generaal Coen was woedend op zijn stadgenoot en liet hem voor straf koraalsteen varen om de forten in Batavia te bouwen. Een vernederend werkje waarover Bontekoe terug in Hoorn nog altijd liep te mopperen. Een handige drukker liet Bontekoe alles over de ongelukkige reis vertellen. Hij maakte er een boek van, dat direct een bestseller werd en tot in onze tijd wordt herdrukt.Een al even tot de verbeelding sprekend verhaal was dat van de Batavia. Het schip - dat prachtig is nagebouwd en te zien op de werf in Lelystad - verging voor de kust van Australië. De meeste opvarenden wisten aan land te komen en borgen een deel van de lading en ander materiaal uit het schip. Met een sloep ging een aantal van hen hulp halen in Batavia. Toen ze lang wegbleven werden de achterblijvers wanhopig. Een groep zeelui ging als beesten te keer, er werd gestolen, gemoord en verkracht. Toen kwamen de redders terug en werden de misdadigers zwaar gestraft.
Behalve de prenten en verhalen over spannende gebeurtenissen kwamen er ook steeds nauwkeuriger afbeeldingen van mensen en dieren en alles wat in het verre Azië te zien was. Maar het zou tot de 19de eeuw duren voordat er goede tekenaars en schilders naar Indië werden gestuurd om nauwkeurig alles wat ze zagen in beeld te brengen, Na de uitvinding van de fotografie gingen fotografen op pad met glazen platen en chemicaliën en alles wat er toen nodig was om te fotograferen.
