VOC-vertellingen
Selecteer een Hoofdstuk
In geuren en kleuren
Nadat de eerste VOC schepen met hun vrachten waren teruggekeerd snoven de bewoners in de buurt van de pakhuizen ongekende exotische geuren op. Voorbijgangers waanden zich in oosterse landen of klaagden over de zware lucht van specerijen die hen hoofdpijn bezorgde.Peper, kruidnagels, kaneel en nootmuskaat warend ongekend luxe artikelen. In de eerste dagen van de VOC kon men voor een baaltje peper een kloek huis kopen. Niet voor niets is de uitdrukking "peperduur" in het taalgebruik gekomen. Peperkorrels waren de travellercheques van die tijd. Wie door Europa trok en niet te veel goud of zilver op zak wilde hebben naaide de overal tegen goed geld inwisselbare peperkorrels in de zoom van zijn kleding. Specerijen werden gebruikt in geneesmiddelen, schoonheidsmiddelen en om de smaak van voedsel te verlevendigen. Maar bovenal waren specerijen luxeartikelen. Wie zijn gasten wilde verwennen of wilde pronken met zijn welstand, zette spijzen op tafel die waren gekruid met oosterse specerijen. Nootmuskaat en peper waren de champagne en de kaviaar van de Gouden Eeuw. Daarnaast raakte porselein in de mode. Marco Polo had al verteld van het ragfijne maar sterke oosterse aardewerk dat men in Europa niet kon maken om de eenvoudige reden dat de daarvoor benodigde grondstof kaolien nog niet bekend was. Een veiling in Amsterdam van porselein afkomstig uit een buitgemaakte Portugese "carague", een scheepstype, werd een ongekend succes en had de naam caragueporselein, verbasterd tot kraakporselein tot gevolg. Het werd mode om op zijn minst wat porselein in huis ten toon te stellen en als het kon een heel kabinet daar mee in te richten of een porseleinkast vol te stouwen. Meubelmakers voorzagen die kasten van consoles Kast met Chinees porseleinom Chinese setjes tempelvazen op te zetten die daardoor de prozaïsche naam kaststellen kregen. De Delftse aardewerkfabrikanten trokken zich de haren uit het hoofd bij deze onverwachte concurrentie. Maar het zou nog tot in het begin van de 18de eeuw duren voordat in Meissen het geheim van het porselein werd ontdekt. Na het midden van de 17de eeuw verschoof het belang van de handel gaandeweg van de specerijen naar de textiel. Met name de kleurige katoenen en zijden sitsen uit India vonden gretig aftrek. Ze werden in Nederland gebruikt als gordijnen en in de kleding verwerkt. In de streekkostuums van bijvoorbeeld de Zaan of Hindelopen is sits tot het einde toe een belangrijk onderdeel gebleven.
In de 17de eeuw werden koffie en thee razend populair. Er werden aparte serviezen voor gemaakt. Er kwamen koffiehuizen en theekoepels. De thee kwam uit China en werd door Chinese handelaars in Batavia aangevoerd. Koffie komt uit de Arabische wereld, de VOC had voor de koffiehandel een kantoor in Mokka. Maar al in 1707 lukte het om koffieplantjes mee te nemen naar Java waarmee de aanzet werd gegeven voor de latere koffieplantages. De reeks producten waarin de VOC handelde is vrijwel eindeloos en varieert van tin, thee, tabak en tamarinde tot olijfolie, onyx, opium en zelfs olifanten. De Hollanders ontwikkelden op Ceylon een val, een soort enorme fuik, waarmee de olifanten konden worden gevangen zonder de dieren al te veel Balen met specerijente beschadigen. Een gave witte olifant bracht wel 7000 gulden op. De VOC had overal in Azië specialisten die genoeg kennis van zaken hadden om zich niet te laten bedriegen met ondeugdelijke zijde, valse edelstenen, korrels of zand tussen de peper en al die foefjes waarmee werd geprobeerd de VOC beentje te lichten. Grote zorg was vereist bij het stouwen van de lading. Porselein werd bijvoorbeeld om breuk te voorkomen in de kisten thee verpakt. Die kisten waren van binnen bekleed tegen vocht met bladtin. Textiel en specerijen moesten onder alle weersomstandigheden droog blijven. Een snel schip was letterlijk goud waard, want hoe korter de specerijen onderweg waren, hoe verser de waar en hoe hoger de opbrengst bij aankomst.
Op de heenreis werden in stevige in de kapiteinskajuit bewaarde geldkisten voldoende daalders meegenomen om in te kunnen kopen. De VOC munten waren in heel Azië de dollars van die dagen en overal inwisselbaar. Verder werden gebruiksgoederen meegenomen voor de VOC vestigingen, van papier en inkt voor de klerken tot kanonnen, kleding, voedsel, spijkers en al die andere zaken die men ter plaatse nodig had. Om het schip in balans te houden werden de ruimen voor de rest opgevuld met ballast, zand en grint, baksteentjes, blauwe tegeltjes en geprefabriceerde natuurstenen poortjes voor huizen, kerken en forten.
