VOC-vertellingen
Selecteer een Hoofdstuk
De eerste multinational
Toen de weg naar Indië was gevonden rezen de compagnieën als paddestoelen uit de grond. Veel ondernemers waren bezeten van de gedachte om te investeren in de handel op Azië in de hoop schatten te verdienen. Het gevolg was dat de Nederlandse ondernemingen elkaar gingen beconcurreren in de specerijenhandel en daarbij onmiddellijk door de Aziatische kooplui tegen elkaar werden uitgespeeld. De Nederlandse staatsman Joan van Oldenbarnevelt leverde een meesterlijke prestatie door de aanzet te geven tot een Verenigde Oostindische Compagnie. Hij slaagde erin de steden die al zaken deden in Azië: Hoorn, Enkhuizen, Amsterdam, Delft, Rotterdam en een groepje Zeeuwse steden, bij elkaar te krijgen met de belofte dat als zij deelnamen geen andere steden De haven van Hoornzouden worden toegelaten tot de Compagnie. Er kwam een unieke structuur tot stand die bestond uit zes "Kamers", vrijwel zelfstandige ondernemingen, die afgevaardigden stuurden naar halfjaarlijkse bijeenkomsten in Amsterdam. In totaal vergaderden daar 17 heren waardoor het college de naam kreeg van De Heren Zeventien.Om het kapitaal voor de onderneming bij elkaar te krijgen werden aandelen uitgegeven. De VOC was het eerste bedrijf dat met aandelen werkte. Het oudste aandeel ter wereld, is een VOC aandeel. Het wordt bewaard in de Beurs van Amsterdam. Het idee om met aandelen te werken is afkomstig uit de visserij. Toen in de middeleeuwen de Zuiderzee zo vol met haring zat dat je de vis met scheppen uit het water kon halen, werden er volop vissersschepen gebouwd om in de rijke buit te delen. Omdat contant geld voor een heel schip voor velen een probleem was nam men een part. De een betaalde voor de kiel, een ander de tuigage, een derde de netten. Van de winst ontvang men later een deel in overeenkomst met het "part" dat men had betaald. In de beginjaren van de VOC werden de aandelen niet alleen gekocht door rijke ondernemers maar ook door dominees, dienstboden en ambachtslui. Bij het oprichten van de VOC werd het voor die tijd gigantische bedrag van 6.424.588 gulden bij elkaar gebracht. Grootste aandeelhouder was de uit Vlaanderen afkomstige Isaac le Maire met F 97.000,- Na verloop van tijd werden die kleine aandeeltjes opgekocht door groot aandeelhouders.
Hoewel er in de tijd van de VOC (1602-1799) in totaal 4 721 schepen zijn uitgerust en meer dan een miljoen mensen naar Azië zijn vertrokken, was de handel op Azië wel spectaculair en vooral in de eerste jaren werden er gigantische winsten gemaakt op artikelen als peper en nootmuskaat, maar in het grote geheel van de economie van de Lage Landen was toch de handel op de Oostzee en de Levant belangrijker, terwijl de visserij de ruggengraat vormde van de welvaart en bovendien goede zeelui en knappe scheepsbouwers opleverde.
Wapens van 5 belangrijkste haringsteden: Delft, Schiedam, Enkhuizen, Briele en RotterdamWeliswaar was het gelukt om gezamenlijk een compagnie op te zetten, maar dat wil niet zeggen dat de verschillende steden elkaar niet beconcurreerden. Integendeel, er was nog lang geen sprake van nationaal belang. Iedere stad probeerde er voor zichzelf zo veel mogelijk uit te halen en het geld dat men investeerde werd zoveel mogelijk in de eigen plaats uitgegeven aan de bouw van schepen, de bevoorrading en na terugkomst met de verkoop van de waren. De vergadering van de Heren XVII was in overeenstemming met het kapitaal dat bij de oprichting was ingelegd met als gevolg dat er acht bewindhebbers afkomstig waren uit Amsterdam, vier uit Zeeland en de kleinere kamers van Hoorn, Rotterdam, Delft en Enkhuizen stuurden een vertegenwoordiger. De 17de vertegenwoordiger was heel belangrijk want zijn stem was doorslaggevend als Amsterdam dwars lag. Hij kwam beurtelings uit Zeeland of een van de kleine kamers. De grote invloed van De rede van TexelAmsterdam is nadelig geweest voor de VOC want het zou veel verstandiger zijn geweest om meer en grotere schepen vanuit Zeeland te laten vertrekken. De haven van Amsterdam lag namelijk op een heel ongunstige plek, slechts te bereiken via de gevaarlijke Zuiderzee en de moeilijk door te komen doorgang bij Texel, terwijl tot overmaat van ramp vlak voor het IJ nog eens de ondiepte Pampus lag. Het gevolg was veel oponthoud tussen Texel en Amsterdam. Grote schepen konden helemaal niet bij Amsterdam komen en van de andere moest de gehele of een groot deel van de lading bij Texel worden overgeladen en met kleinere schuiten naar Amsterdam gebracht.
