VOC-vertellingen
Selecteer een Hoofdstuk
Het voorspel
Niets was zeker in het 16de eeuwse Holland. De bevolking had zich losgemaakt van kerk en koning en zich begeven op het onzekere pad van reformatie en revolutie. Een vermetelheid die streng werd afgestraft met moorddadige veldtochten die het begin inluidden van de Tachtigjarige Oorlog.
Belegering van Alkmaar
Het oorlogsgeweld werd vergezeld van natuurrampen, overstromingen, pest en misoogsten. Maar er waren ook triomfen. Alkmaar wist in 1573 met behulp van het water dat over de landerijen liep nadat de dijken waren doorstoken, de Spanjaarden te verjagen. Door het plotseling draaien van de wind viel een Spaanse vloot op de rede van Hoorn in handen van de geuzen, zoals de opstandelingen zich trots noemden.De handel floreerde. In grote hoeveelheden werden producten uit het Mediterrane- en Baltische gebied uitgewisseld. Door een speling van de natuur verplaatste de haring zich van de noordelijke wateren naar de Zuiderzee. De haring was er voor het opscheppen. Door het uitvinden van het kaken werd de houdbaarheid vergroot waardoor haring niet alleen gezout of gerookt maar ook vers kon worden uitgevoerd. De haringhandel vormde de basis van de welvaart. De visserij was de bedrijfstak waar zeelui werden getraind en men sterke schepen leerde bouwen.
Overstromingen in Holland
De tegenwerking van de Spaanse koning Philips II speelde de Hollanders in de kaart. Het stoppen van de zoutleveranties dreef hen naar het Caribische gebied om zelf zout te halen, waarmee de basis werd gelegd voor de latere West-Indische Compagnie (WIC). Het sluiten van de Portugese havens maakte een eind aan de levering van specerijen, oosterse stoffen en porselein. Welgestelde kooplieden staken de koppen bij elkaar en smeedden plannen om dJan Huyghen van Linschotene weg naar Azië te vinden. Geleerden braken zich het hoofd over de mogelijke weg langs het noorden of om Kaap Hoorn. Uit Portugal verjaagde joden brachten kapitaal en kennis over de specerijenroute naar Amsterdam. Zeelui in Portugese dienst fungeerden als bedrijfsspionnen. Soms met weinig resultaat zoals de kanonnier Dirck Pomp uit Enkhuizen die in Portugese dienst tot in China en Japan geraakte maar zich later weinig bruikbare details wist te herinneren. Het tegenovergestelde was het geval met Jan Huyghen van Linschoten die als secretaris van de bisschop van Goa een schat aan informatie wist te verzamelen. Terug in Nederland publiceerde hij zijn kennis in de Itinerario. Het reisboek dat de leidraad werd voor de eerste reizen naar de Oost. Terwijl enkele vergeefse pogingen werden gewaagd om langs de Noord te reizen werd in 1596 de eerste reis naar Azië om Kaap de Goede Hoop ondernomen. Vier schepen onder leiding van Cornelis de Houtman waren ruim twee jaar onderweg. Er werd een schip verspeeld. Van de 239 opvarenden overleefden er 89 de reis, terwijl twee vaandrigs het in Bali voor gezien hielden en besloten op het paradijselijke eiland te blijven. Zakelijk gezien was de reis geen succes, maar veel belangrijker was dat de eerste Nederlanders op eigen kracht de weg naar de specerijlanden hadden weten te vinden.
