Beth Haim De Portugees-Joodse begraafplaats in Ouderkerk aan de Amstel
Het verhaal Een van de meest belangwekkende monumenten in Noord-Holland is Beth Haim, Huis des Levens, de Portugees Joodse begraafplaats in Ouderkerk aan de Amstel. Een schilderachtige plaats die al in de 17de eeuw werd afgebeeld door kunstenaars als Jacob Ruysdael. Een plek die wordt bezocht door Joden uit de hele wereld op zoek naar de graven van hun voorouders. Een plaats die van groot belang is voor de geschiedenis van de Portugese Joden en hun rol van betekenis in Nederland sedert het begin van de 17de eeuw.
Op de begraafplaats zijn in de loop van de eeuwen meer dan 27000 Portugese Joden begraven. Vele zerken zijn in de loop van de eeuwen onder de grond verdwenen, weggezakt in de drassige bodem of uit plaatsgebrek bedekt onder een laag aarde. Al meer dan honderd jaar is men bezig de graven te restaureren. Een werk dat nog altijd voortgaat en nog steeds ontdekkingen oplevert.
Op 1 mei 2001 bijvoorbeeld werd na het nodige speurwerk, naar aanleiding van een verzoek van een geleerde uit Oxford de zerk van een van de hoogste ambtenaren aan het Engelse hof van stadhouder-koning Willem III van Oranje, gevonden. Een vorst die trouwens goede relaties onderhield met de Portugese Joden hetgeen onder meer blijkt uit het feit dat hij na een bezoek van de nieuwe "snoge" in Amsterdam, de houten pilaren liet vervangen door stenen exemplaren.
Een tocht over de begraafplaats levert nog veel meer interessante vondsten op. Het oudste graf is een kindergraf uit 1614 van de kleine Joseph, zoon van David. Met zijn begrafenis werd de kort daarvoor verworven begraafplaats daadwerkelijk in gebruik genomen. Vlakbij op het oudste gedeelte ligt Eliahu de Montalto begraven, lijfarts van Maria de Medici. Zijn witmarmeren graftombe is duidelijk te herkennen op het schilderij van Jacob van Ruysdael.
"De brave zal bloeien als een dadelpalm", staat in het Hebreeuws op het graf van de schatrijke Daniel Pinto. Zijn dochter Sara kreeg een bruidsschat mee van dertigduizend gulden en nog eens duizend gulden aan juwelen. Een voor die tijd immens bedrag.
Mordechai Mendes en zijn vrouw lieten bijbelse taferelen op hun grafstenen hakken, zoals het verbond van Abraham, de droom van Jacob en David die op de harp speelt. De protestantse steenhouwer had geen moeite met die voorstellingen want die kende hij uit zijn eigen bijbel. De Joden konden niet zelf hun grafstenen vervaardigen, want zij mochten zich niet bij een gilde aansluiten en konden daardoor geen enkel ambacht uitvoeren. De Joden hielden zich dan ook bezig met onbeschermde beroepen zoals de handel in suiker, tabak en diamanten. Een heel romantische steen bedekt het graf van de jonge David da Rocha, een jonge musicus zoals aan de instrumenten op zijn zerk te zien is. Het in marmer gebeitelde versje luidt:
"Op aarde de roem van het lied In de hemel het lied van de roem".
Aan de waterkant staat het prachtige gerestaureerde Metaherhuisje. Het oorspronkelijk hek is helaas verloren gegaan. Het is het huis van de Reiniging en de Ommegangen. Hier vond de rituele reiniging plaats en liepen de rouwenden zeven maal om de baar met de mannelijke overledene.
Het feit dat de doden uit Amsterdam over water naar Ouderkerk moesten worden vervoerd heeft een bizarre reden. Weliswaar kregen zowel de Asjkenaze, de Joden uit landen zoals Duitsland, Polen en Rusland, als de Sefardiem van het Iberisch schiereiland (Sefarad=Spanje) toestemming om in Amsterdam te wonen en hun synagogen te bouwen, maar verder was hun leven aan strikte regels gebonden. De verdraagzaamheid was zelfs zo beperkt, dat de Joden geen toestemming kregen om hun doden te begraven binnen Amsterdam. Na veel zoeken werd een plaats in de duinen gevonden onder Groet bij Alkmaar. De stad Alkmaar als eigenaar van de grond verzette zich echter met hand en tand. De al tot stand gekomen graven moesten worden geruimd. Na veel zoeken vonden de Portugese Joden, die als eersten naar Nederland en met name Amsterdam kwamen, een drassig stukje grond aan de Amstel bij Ouderkerk. Omdat geen gemeente in de omgeving toestemming gaf om het lijk van een Jood over hun grondgebied te vervoeren, moest het transport noodgedwongen over water plaats vinden. Een van de grootste problemen van de begraafplaats is nog altijd de voortdurende wateroverlast.
De Portugese Joden hebben een rol van betekenis gespeeld in de Nederlandse handel. Na eeuwen rustig te hebben samengewoond met Moslims en Christenen in Spanje en Portugal werd het hen in de loop van de 15de eeuws steeds moeilijker gemaakt om daar te blijven wonen en werken. Vooral de Orde van de Dominicanen zette voortdurend aan tot vervolgingen. Toen het huwelijk van Emanuel I van Portugal met de Spaanse kroonprinses Isabella beide landen verenigde stelde de streng rooms opgevoede bruid als voorwaarde dat de Joden zouden verdwijnen. Het gevolg was het Verdrijvingsedict van 1492. De Joden vluchtten naar Noord-Afrika, de landen van het Turkse rijk en de Nederlanden.
De Portugese Joden werden met open armen ontvangen. Niet alleen hun handelskapitaal was welkom in de zich aan Spanje ontrukkende Nederlanden, maar vooral ook het netwerk waarover de Joden beschikten tot ver in Azie en zelfs in het pas ontdekte Amerika. Op die manier werden de Joden een pijler onder de in 1602 opgerichte VOC en later de WIC. Wat niet wil zeggen dat zij ook daadwerkelijk als bewindhebber konden optreden. Het was Joden niet toegestaan van enigerlei Nederlands bestuur deel uit te maken.
De Joden mochten dan wel een synagoge bouwen, mits de ingang niet vanaf de openbare weg zichtbaar zou zijn, maar moesten daarvoor een Nederlandse architect aantrekken. Het werd bouwmeester Elias Bouwman. Zijn "snoge" werd een schitterend gebouw waarvoor in 1671 de eerste steen werd gelegd. Een hoog boven de omgeving uitstekend gebouw in de classicistische stijl van die tijd met verwijzingen naar de Tempel van Salomo zoals men in die tijd dacht dat die er uit zou moeten hebben gezien. Inmiddels waren aan de overkant van de nu gedempte gracht, de synagogen van de Asjkenaze gebouwd (nu deel uitmakend van het Joods Historisch Museum) Op deze plaats ontstond de levendige Jodenbuurt. Daar woonde onder meer de schilder Rembrandt van Rijn, die voor zijn vele Bijbelse schilderijen en etsen graag zijn buren uitnodigde om model te staan.
Amsterdam werd ook een centrum voor Hebreeuwse boeken en er ontstond de Joodse bibliotheek Ets Haim (Boom des Levens) De Tweede Wereldoorlog en de holocaust hebben de Joodse gemeenschappen in Amsterdam een enorme slag toegebracht. Hoewel het bruisende Joodse leven uit de oude Jodenbuurt voorgoed is verdwenen hebben de Joden kans gezien de scherven bijeen te rapen en de zo met Nederland en Amsterdam verweven cultuur voort te zetten zowel binnen hun kleine gemeenschap als in hun monumenten. Als door een wonder is de inventaris van de synagoge bijna geheel bewaard gebleven. Deels omdat een aantal kostbaarheden achter de balken onder de goten werd verstopt. Deels omdat de Duitsers van plan waren om na de holocaust van de synagoge een soort museum te maken. Om de zelfde reden werd de kostbare bibliotheek Ets Haim naar Duitsland afgevoerd om later te kunnen worden bestudeerd. Bij de bevrijding troffen de Amerikanen de boeken aan en brachten deze terug. Toen de huisvesting in Amsterdam in verval raakte werden de meest kostbare boeken tijdelijk in Jeruzalem ondergebracht. De sfeervolle bibliotheekruimte in een van de bijgebouwen van de synagoge is inmiddels gerestaureerd en de terug gekeerde boeken worden stuk voor stuk geconserveerd en weer op hun oude plaats gezet. De aangrenzende lesruimte wordt nu gebruikt als "wintersynagoge". De grote synagoge functioneert nog altijd en wordt daarnaast jaarlijks door vele tienduizenden bezocht. De synagogen van de Asjkenaze zijn samengevoegd tot het Joods Historisch Museum. De restauratie van de begraafplaats in Ouderkerk gaat nog altijd door.
Beth Haim Toen de vervolgingen in Spanje en Portugal steeds heviger werden vluchtten de Joden naar alle kanten. Volgens overlevering zouden er al tegen het eind van de 16de eeuw Joden naar het Duitse Emden zijn getrokken. Veel Marranen en Sefardiem vluchtten naar Nederland. Marranen was een soort geuzennaam voor de meestal onder dwang van het christendom gedoopte Joden. Sefardiem komt als Sefarad voor in de bijbel en kreeg later de betekenis "afkomstig uit Spanje". Uiteraard zochten de eerste Joden die zich gevestigd hadden snel naar een plaats om hun doden te kunnen begraven. Dat viel niet mee. Amsterdam gaf geen toestemming. Via relaties in Alkmaar werd toen een stukje grond in de duinen bij Groet gevonden. Een onhandige plek vanwege de afstand en kostbaar vanwege de vele malen dat men onderweg tolgeld moest betalen. Bovendien begon Alkmaar zich te verzetten tegen een Joodse begraafplaats op het grondgebied.
In 1614 kon voor F 2700,- van een Amsterdamse schepen een stuk grond bij Ouderkerk aan de Amstel worden gekocht. Nauwelijks was de plek in gereedheid gebracht of de eerste begrafenis vond plaats, die van het jongetje Joseph. In het begin vonden er bij de begrafenissen rellen plaats omdat de plaatselijke bevolking zich verzette. Door ingrijpen vanuit Den Haag werd de rust hersteld, zij het dat de Joden in stilte en zonder ceremoniaal moesten begraven. In de 17de eeuw werd de begraafplaats door aankoop van omringend land enkele malen vergroot. In de 20ste eeuw kon door van verdere uitbreiding geen sprake zijn omdat de begraafplaats grenzend aan de Amstel en de Bullewijk aan de landzijden werd ingesloten door het gegroeide dorp Ouderkerk. In 1923 werd daarom besloten om een deel van de begraafplaats te verhogen, zodat boven de oude graven opnieuw begraven zou kunnen worden. Elders op de begraafplaats waren veel zerken weggezakt of overwoekerd. Het is met name te danken aan David Henriques de Castro dat de begraafplaats als cultuur-historisch monument bewaard bleef. Hij maakte een uitgebreide studie van de begraafplaats die in 1883 in druk verscheen. Grotendeels uit eigen middelen maakte hij ook een begin met het herstel van de graven en de zerken. Een restauratie die nog altijd voortduurt. Aan de waterkant staat het gerestaureerde Metaherhuisje dat werd gebruikt voor de rituele lijkwassingen en de zeven ommegangen om de baar. (Gegevens ontleend aan het boekje Het Beth Haim van Ouderkerk door L.A. Vega, 1994, isbn 90 9007747-2, onder meer verkrijgbaar in de winkel van de Portugese synagoge in Amsterdam)  |
|
De Snoge De Portugees Joodse Synagoge in Amsterdam, de "Snoge", is een van de opmerkelijkste monumenten die de stad rijk is. In het begin van de 17de eeuw hielden de in Amsterdam wonende Sefardiem hun bijeenkomsten in het huis van een rabbijn tegenover de Montelbaanstoren. De buren vonden die samenkomsten nogal verdacht en waarschuwden de schout die een inval deed en de rabbijn en enkele aanwezigen arresteerden. Het stadbestuur raakte in een moeilijk parket. Men wilde de Joden graag terwille zijn vanwege hun grote economische belang voor de stad, maar dulde geen andere godsdiensten dan het calvinisme. Tenslotte kregen de Portugese Joden toestemming om in een paar wat van de straat afgelegen pakhuizen bij de Houtgracht (nu Waterlooplein) hun bijeenkomsten te houden.
De almaar groeiende Joodse kregen behoefte aan betere ruimten voor hun samenkomsten met als gevolg dat in de jaren 1670-1675 zowel voor de Hoogduitse Joden (de Asjkenaze) als voor de Portugese Joden synagogen werden gebouwd tegenover elkaar midden in de inmiddels ontstane Jodenbuurt. De rijke Portugese gemeente bracht een fiks bedrag bij elkaar en in 1671 werd de eerste steen gelegd. De grote lichte ruimte wordt beheerst door de hechal, de kast waarin de Torarollen worden bewaard, aan de oostzijde, de richting van Jeruzalem. Aan de andere kunt is de teba, de verhoging met de tafel vanwaar de lezingen plaats vinden. De prachtige hechal van een kostbare Braziliaanse houtsoort is van binnen bekleed met het originele rode goudleer. De snoge is gebouwd in de streng classicistische stijl zoals in de tijd van ontstaan mode was, maar met verwijzingen naar de Tempel van Salomo zoals men toen dacht dat die er uit moest hebben gezien. Vooral de gebogen steunberen wijzen daarop, het meest bij de in de 18de eeuw herbouwde achtergevel. (Gegevens ontleend aan De Snoge, monument van Portugees-Joodse cultuur. D’Arts, 1991, bundel onder eindredactie van Martine Stroo, isbn 90-9004349-7)
Ets Haim
Ets Haim, Boom des Levens, is de oudste nog functionerende Joodse bibliotheek in de wereld. De boekerij is zo belangrijk dat deze tot beschermd cultuurbezit werd verklaard door de staatssecretaris van cultuur. De bibliotheek die vanaf de 17de eeuw werd opgebouwd bevat boeken over de Inquisitie, de geschiedenis van Amsterdam en vele zeldzame Hebreeuwse drukken. In 1946 keerde de collectie zij het enigszins gehavend terug in Amsterdam. In 1978 was het onderkomen zo slecht dat de boeken gevaar liepen. De kerncollectie werd daarop ondergebracht in de Joodse Nationale en Universiteitsbibliotheek in Jeruzalem. Na restauratie van het bijzondere bibliotheekgebouw keerden de boeken terug. Op dit moment (mei 2001) is de inrichting en catalogisering in volle gang. Binnen enkele jaren zal de catalogus onder meer via internet geheel toegankelijk zijn. (gegevens ontleend aan een door Ets Haim in maart 2001 uitgegeven folder)
Bezoek De synagoge is behalve tijdens diensten te bezoeken. Bij de ingang kunnen mannelijke bezoekers een keppeltje lenen. Aan de overzijde is het Joods Historisch Museum ondergebracht in een complex waarvan onder meer de voormalige Hoogduitse synagogen deel uitmaken. |