Provinciehuis 'Welgelegen' Het provinciehuis in Haarlem
Het verhaal
Midden in Haarlem staat een klassiek huis omringd door Griekse goden. Eros, de god van de liefde, de jongste onder de goden, die veel verwarring stichtte met het onverhoeds afschieten van zijn pijlen. Ganymedes, de schone jongeling die door oppergod Zeus van de aarde in de hemel werd getild om hem aan tafel te bedienen. Apollo de god van de schone kunsten. En dat is heel toepasselijk, want het gebouw is helemaal gebouwd om de kunst te dienen.
De bouwer van het opmerkelijk pand is Henry Hope, een 18de eeuwse Amsterdamse bankier uit een van oorsprong Schotse familie. Hope zette in Amsterdam een geldimperium op waarmee hij in heel Europa naam verwierf. Koningen en keizers wisten dat ze bij Hope voor het bouwen van paleizen en het voeren van oorlogen ongelimiteerd konden lenen mits ze op tijd terug betaalden. Aandeelhouders wisten dat Hope wat er ook gebeurde altijd stipt dividend uitkeerde. Hope werd schatrijk, hij kocht veel kunst op en wilde speciaal daarvoor een huis bouwen, in de klassieke stijl, geïnspireerd op de opgravingen in Pompei. Daar had men toen in Nederland geen verstand van. Maar Henry Hope's buurman, de consul van Sicilië maakte voor hem de schetsontwerpen. Een Belgische architect werd bouwheer. Hope kocht de Haarlemse boerderij Welgelegen en liet die slopen. Er verrees een paleis waarvan niemand snapte wat de bedoeling was. De Haarlemmers vertelden hun kinderen in december dat Sinterklaas er logeerde. Hetzelve is nu als een groot Kasteel een lusthuis van een Vorst zijn uitzicht op een groote laan door den hout getrokken hebbende. Wat het huis aangaat, de face van 't zelve die evenwel zeer groot is bestaat alleen in een extraordinaire grote en hooge zaal in de midden, uit dewelke men door hoge poorten aan iedere zijde in een tweede mindere dog zeer groote komt en uit deze nog aan iedere zijde in een andere kamer. Behalve de offices is dit 't al waaruit het corps de logis bestaat. Aan de eene zijde loopt dit huis om met een winkelhaak, in welke de eetkamer, slaapkamers etc: zijn, dog welke voor zover gezien hebbe, niets ongewoons hebben. Begrijpe niet, wat vergenoeging een particulier van zulke een gebouw hebben kan, nog waartoe voorn = de extraordinaire groote zaalen zullen dienen. (Geschreven in mei 1789 door een reiziger die niet begreep waartoe het huis in aanbouw zou dienen)
De vloer van de middenzaal is kunstig ingelegd, van wel bewerkte en fraai geordineerde gladhoutene figuren van verschillende betekenissen; zes schoorsteenmantels welken in de zaal gevonden worden, zijn van Egyptisch marmer en met wit marmer opgelegd, 't welke geen gering sieraad aan het alzins prachtige vertrek geeft; tusschen deeze schoorsteenmantels, zyn de muuren versierd met pulasters en de poorten welke in die muuren zyn, en door welke men in de andere kamers komt, rusten op zeer prachtige Colommen. ( UIt: Maandelijkse Nederlandsche Mercurius, mei 1789) Hope genoot niet lang van zijn nieuwe huis vol kunst. De Fransen kwamen aangemarcheerd met veel lawaai en geweld onder het mom van vrijheid, gelijkheid en broederschap. Hope pakte zijn biezen en vertrok met zijn verzameling naar London. Toen Napoleon zijn broer Louis koning van Holland had gemaakt kocht deze Welgelegen. Zijn vrouw kreeg er heimwee, nadat hun oudste zoontje stierf vertrok zij naar Parijs. De eenzame Louis wijdde zich aan kunst en botanie. Hij werd zo populair bij de Nederlanders dat zijn broer Napoleon hem op de vingers tikte niet al te amicaal te worden. Louis deed afstand en vertrok als een dief in de nacht, zijn hondje kon nog maar net in de rijdende karos springen. Hollanders! nimmer zal ik een goed en deugdzaam Volk vergeten, zoo als Gij zijt. Mijn laatste gedagte zoo wel als Mijne laatste zugt zullen uw geluk zijn. U verlatende kan ik u niet genoeg aanbevelen om de Krijgslieden en de Ambtenaren van Frankrijk wel te ontvangen dit is het beste middel om aan Zijne Majesteit den Keizer, van wien uw lot, dat van uwe Kinderen en van uw land geheel afhangt, te behagen. Thans, daar de kwaadwilligheid en laster mij niet meer zullen kunnen bereiken, ten minsten voor zoo veel Uw belangen betreft; heb ik de regelmatige hoop dat Gij eindelijk de beloning voor alle uw opofferingen en voor uwe grootmoedige standvastigheid en gelatenheid vinden zult. Gedaan te Haarlem den 1sten van Hooimaand van het jaar 1810. Was getekend: Lodewijk Napoleon. De Fransen verdwenen. Oranje kwam terug. Wilhelmina van Pruisen, de weduwe van Willem V en moeder van koning Willem I kende Welgelegen. Zij richtte het in als zomerpaleis en ontving er de groten van die tijd. Opnieuw was het huis gewijd aan de kunst. Deze keer de kunst van het intrigeren, want achter de schermen trok de prinses nog steeds aan de touwtjes. De Hoogaanzienlijke Gast werd door de Doorluchtige bewoonsters van het schoone gebouw aan den grootschen opgang van hetzelve met minzaamheid ontvangen, in het midden van den geheelen hofstoet in groot gala, en alzoo geleid naar de prachtige zaal. Alhier verleenden Zijne Majesteit en de andere Vorstelijke personen dadelijk audiëntie. Op dezelve bevonden zich vele vrouwen van aanzien benevens alle de leden van de regeringscollegiën, de hooge ambtenaren en andere personen van rang. Nadat deze audiëntie was geëindigd, gedurende welke Mevrouw de Gemalin van den Souvereinen Vorst uit 's Gravenhage kwam, werd een prachtig middagmaal gebruikt. Om vijf uren werd de reis voortgezet, waartoe de Keizer zich in een open rijtuig plaatste, terzijde van laatstgemelde Vorstin, tegen over den Vorst en den Erfprins. (Verslag door Mr. Jacobus Scheltema van het bezoek van Tsaar Alexander I van Rusland aan Welgelegen in 1814).
In de 19de eeuw had het gebouw allerlei museale functies. Onder meer werden er de collecties eigentijdse- en koloniale kunst ondergebracht. Het onderhoud van het extravagante gebouw kostte veel geld en er werd over sloop gepraat. Gelukkig kreeg het gebouw - het enige echte voorbeeld van classicisme in Nederland - in 1930 een bestemming als zetel voor de provinciale staten. Ook nu weer is het huis aan een vorm van kunst gewijd. De kunst van het praten, praten, praten ........ Het Provinciaal Bestuur zal niets nalaten wat strekken kan om zijn dank in daden om te zetten en is bezield van het vurige verlangen om, zowel door wijze en kloeke besluiten als door nauwgezet en verstandig beheer, voort te arbeiden aan de verdere immateriële opbouw van dien zetel, tot heil van de Provincie Noord-Holland, tot zegen van hare gemeenten en hare ingezetenen. (Commissaris der Koningin Jhr. Mr. Dr. A. Roëll in zijn speech bij de officiële ontvangst van de geschenken, onder meer van Noord-Hollandse gemeenten, ter aankleding van het gebouw, op 17 juni 1932) PRAKTISCHE INFORMATIE Adres: Provinciehuis, Dreef 3 2012 HR Haarlem; website: www.noord-holland.nl Bezoek Het intensieve gebruik van het Provinciehuis laat uiteraard niet toe dat het gebouw bezichtigd kan worden. Een uitzondering daarop is de jaarlijkse Monumentendag waarop bezoekers van harte welkom zijn en er bovendien diverse activiteiten plaats vinden. Het Monumentenweek-end in 2000 is op zaterdag 9 en zondag 10 september. Het Provinciehuis is dan voor het publiek open van 10-17 uur op zaterdag en op zondag van 12-17 uur. Er is dan een uitgebreide folder voor de bezoekers
. rondleiding in historische kledij . tentoonstelling over de bewoners en de gebruikers van Paviljoen Welgelegen . videofilm: De lotgevallen van een luisterrijk gebouw . muziek in de voormalige muziekzaal Literatuur Over het Provinciehuis is het nodige geschreven, onder meer: - Paviljoen Welgelegen 1789-1989 Van buitenplaats van de bankier Hope tot zetel van de provincie Noord-Holland Haarlem 1989, isbn 90 6097 249X (Herdenkboek bij het tweehonderd jarig bestaan van Welgelegen met tal van artikelen over huis en bewoners) - Provinciehuis Noord-Holland Noortje de Roy van Zuydewijn (Boekje met verkorte weergave van een artikel van dezelfde auteur in Jaarboek Haerlem, 1975) De Villa Borghese in het hart van Holland - Jan Bomans. Rotterdam 1996 (Trilogie over de verschillende bewoners van Welgelegen) - Door de provincie zijn enkele fraaie folders uitgegeven met betrekking tot Welgelegen, onder meer: Beelden in de tuin De Wandtapijten in de Statenzaal van het Provinciehuis in Haarlem Te verkrijgen via telefoonnummer 023-5144300. Prijs per folder F 3,50 - Door Gerrit Bosch, voorlichter provincie Noord-Holland en organisator van talrijke kunsttentoonstellingen in het Provinciehuis is een rijk geillustreerd boek geschreven over het provinciaal kunstbezit:"De Kunstcollectie van de Provincie Noord-Holland". Prijs F 30,- te verkrijgen via telefoonnummer 023-5144300 WETENSWAARDIGHEDEN
Classicisme In de geschiedenis van de kunst zien we telkens weer hoe wordt terug gegrepen op vormen uit het verleden. Zo dienden de Grieken en door hen beïnvloede Romeinen als groot voorbeeld voor de renaissance. Dat herhaalde zich in het laatste kwart van de 18de eeuw toen opnieuw de klassieken als inspirator dienden voor schilders, beeldhouwers en architecten. Directe aanleiding vormden de opgravingen van Pompeji en Herculanum. De vondst van de door as van de Vesuvius bedekte steden sprak zeer tot de verbeelding. Het was modern, "trendy" zoude we nu zeggen, om in alles de klassieken te volgen. In de architectuur werden elementen van Griekse en Romeinse tempels en paleizen opgenomen. De meubels waren geïnspireerd op stoelen en banken die in Pompei waren gevonden.
De schilderijen, beelden en andere kunstvoorwerpen verwezen naar Griekse mythen en Griekse vormgeving. Josiah Wedgwood bijvoorbeeld stuurde tekenaars naar de opgravingen om zoveel mogelijk details te schetsen die hij in zijn aardewerk verwerkte. Zelfs de kleding en de kapsels waren naar voorbeeld van de klassieken.
Geen wonder dat Henry Hope voor het classicisme koos. Hij wilde een zo modern mogelijk gebouw dat bovendien een "tempel voor de kunst" moest zijn. Zo verrees het vooral wat het middenstuk betreft aan een Griekse tempel denkend gebouw in Haarlem. De immense zalen waren voorzien van later verwijderde opbouwen met ramen zodat de schilderijen van boven licht ontvingen. Het gebouw moet er destijds voor de Haarlemmers bijna futuristisch hebben uitgezien, niet alleen wat betreft de vorm, maar ook door de pleisterlaag die de hele gevel bedekte en de moderne grote ramen. Overigens konden de brede opritten links en rechts niet echt worden gebruikt, de twee rechte hoeken zijn met moeite door een bokkenwagen te nemen en zeker niet door een rijtuig met paarden. De hoofdingang was (en is) trouwens aan de tuinzijde. Het gebouw heeft de merkwaardige vorm van een winkelhaak met het belangrijkste gedeelte - de zalen voor de kunstcollectie - naar de Hout gericht en het veel beperkter woongedeelte aan de Dreefzijde. Toen Hope met zijn kunstschatten was verdwenen was het gebouw dan ook lastig te gebruiken. Bovendien waren de kosten van onderhoud groot. Het was dan ook een geluk dat het gebouw bewaard bleef ondanks plannen voor de sloop en vanaf 1930 diende als zetel voor de Provinciale Staten. Het is te betreuren dat aan het feitelijk gebruik van vergaderruimte in de grote centrale zaal over enkele jaren weer een einde komt vanwege de nieuwbouwplannen. Lotgevallen van Hope's collectie De collectie van Hope bestond naast een aantal beelden vooral uit schilderijen waaronder werken van meesters zoals Rubens, Rembrandt en Van Dijck. Daarnaast werk van Italiaanse meesters. Hope gebruikte zijn wijdvertakt netwerk om mooie stukken op kop te tikken en onderhield contacten met veilinghuizen en kunsthandelaars. Bovendien gaf hij regelmatig opdrachten aan kunstenaars van zijn tijd om bijvoorbeeld portretten van familieleden te maken. Hij nam het meeste werk mee toen hij de wijk nam naar Engeland. Enkele stukken waaronder een Rembrandt werden in de Franse tijd Nederland uitgesmokkeld. Hope was aanvankelijk van plan naar Nederland terug te keren als de tijden zouden beteren, maar het is er niet van gekomen. Vooral het blokkeren van een Portugese lening in 1801 door het bewind van die dagen was voor hem als gerenommeerd en integer zakenman een bittere pil Hij was toen 66 jaar, had zijn intrek genomen in een groot ook al neo-klassiek huis in London waar al zijn kunstwerken om hem heen hingen, en besloot in Engeland te blijven. Hope stierf in 1811. Zijn familie werd vorstelijk bedeeld volgens een met zorg samengesteld testament. Daarnaast kwam het overgrote deel van de schilderijen op een veiling. Bij elkaar ging het om een kleine 350 stuks. Door de veilingcatalogi hebben we een goed overzicht van de collectie schilderijen die een reis hebben gemaakt langs handelaars en verzamelaars en zich voor een groot deel nog altijd in privé- en museumcollecties bevinden. Lodewijk Napoleon
Napoleon had er als zoveel potentaten een handje van om zoveel mogelijk zaken binnen de familie te regelen. Voor zijn stiefdochter Hortense de Beauharnais arrangeerde hij een huwelijk met zijn jongere broer Louis Napoleon. Vervolgens maakte hij deze koning van Holland. Officieel bleef Holland onafhankelijk maar in feite werd het een vazalstaat van Frankrijk. Napoleon had echter buiten de waard gerekend wat betreft zijn plannetjes. Het huwelijk tussen Louis en Hortense stelde niets voor. Hortense kreeg twee zoontjes van wie de oudste al jong stierf. Zij vertrok met haar jongste zoon naar Frankrijk en liet haar man alleen achter in het in haar ogen kille en onbekende Holland. Louis (Lodewijk voor de Hollanders) wilde helemaal geen stroman zijn van zijn machtige broer, maar wijdde zich met volle overgave aan het welzijn van de Hollanders. Hij woonde achtereenvolgens in Utrecht en het Paleis op de Dam in Amsterdam. In 1808 kocht hij Welgelegen van Hope. Louis had grootse plannen. Hij had veel belangstelling voor de kunst en de natuur en wilde onder meer de tuinen bij Welgelegen uitbreiden en verfraaien. Het mocht allemaal niet zo zijn. Zijn broer was bepaald niet ingenomen met het feit dat Louis zo dik was met de Hollanders en tikte hem herhaalde malen op de vingers. Dit leidde al snel tot de val van Louis. In de Hooimand van 1810 deed Louis Napoleon afstand van de troon en verliet overhaast en in de nacht zijn huis in Haarlem. Volgens de anekdote kon zijn lievelingshondje nog maar te nauwer nood in het rijtuig springen. Toen Willem I al aan de regering was keerde hij nog eenmaal terug naar Nederland om zijn zaken te regelen, onder meer betreffende het door hem gekocht en betaalde Welgelegen. Zijn zaken werden behartigd door een van de meest gerenommeerde advocaten van die dagen Jozef Daniel Meier. Het mocht niet baten. Welgelegen was door de staat geconfisceerd na de ondergang van Napoleon. Dat men hem in Nederland niet was vergeten bleek uit de hulde die de Hagenaars hem brachten voor zijn hotel. Prinses Wilhelmina van Pruisen
Na Louis Napoleon werd prinses Wilhelmina van Pruisen de volgende bewoner van Welgelegen. De in 1751 in Berlijn geboren Frederika Sophia Wilhelmina van Pruisen was een nichtje van Frederik de Grote van Pruisen. Zij trouwde in 1767 met stadhouder Willem V en kreeg twee zonen. Wilhelmina was een vriendelijke maar kordate vrouw, geliefd in Nederland en een grote steun voor haar man. Dat was wel nodig in die woelige tijd met in de verte het rumoer van de Franse Revolutie en in Nederland de echo daar van in de twisten tussen patriotten en prinsgezinden. Wilhelmina ging de geschiedenis in als de vrouw van Goejanverwellesluis. Toen haar man aarzelde terwijl zijn invloed afbrokkelde nam zij het initiatief om naar Den Haag te reizen om eens stevig orde op zaken te stellen. Daarop volgde het schandaal dat zij door een burgerwacht werd tegen gehouden bij Goejanverwellesluis in de buurt van Schoonhoven waarop de prinses onverrichterzake terugkeerde naar Nijmegen. Inmiddels was haar broer koning van Pruisen. Hij stuurde prompt een leger om de schande zijn zuster aangedaan te wreken. Het mocht niet baten. De Franse Revolutie breidde zich uit over Europa en in 1795 vertrokken Willem en Wilhelmina en hun gezin vanaf het Scheveningse strand naar Londen. Willem V stierf in de Franse tijd, maar Wilhelmina smaakte het genoegen glorieus terug te keren en haar zoon Willem de eerste koning van Nederland te zien worden. Samen met haar dochter die al jong weduwe was, woonde zij 's zomers meestal in Welgelegen. Zij ontving er de groten der aarde onder wie Tsaar Alexander I van Rusland. Tijdens een van de ontvangsten kon zij op charmante manier wraak nemen op een van de gedeputeerden die haar bij Goejanverwellesluis gegijzeld hield met de woorden: "Heden is mijnheer mijn gevangene. Ik wacht U aan mijne tafel." Zij stierf in 1820 op paleis Het Loo kort nadat zij in een codiciel aan haar testament had toegevoegd: "Moge mijne familieleden en vooral mijn zoon, een goed aandenken aan mij bewaren. Ik zoude graag blijven voortleven in hun hart. " Museum Na het overlijden van Prinses Wilhelmina stond Welgelegen leeg. De overheid hikte aan tegen het kostbare onderhoud, temeer daar de lichtelijk amateuristische plannenmakerij van Hope en zijn buurman na verloop van tijd de eigenaars opbrak door de gevolgen van op sommige punten technisch onlogische bouw. De regering wilde wel af van het huis en overwoog zelfs sloop. Gelukkig werd een oplossing gevonden met een bestemming als museum. Onder meer het Koloniaal Museum vond er onderdak, er kwam een expositieruimte voor het werk van "levende kunstenaars" en verder werd het gebouw volgepropt met allerhande Oudhollandse zaken. Met de bouw van nieuwe musea zoals het Rijksmuseum, het Tropenmuseum en het Stedelijk Museum in Amsterdam verhuisden de collecties en werd opnieuw emplooi gezocht voor Welgelegen. Een oplossing kwam met de komst van de al jaren veel te krap behuisde Provinciale Staten. In 1930 werd Welgelegen officieel in gebruik genomen. De grote expositieruimten werden veranderd in vergaderzalen. De nieuwe eeuw heeft echter nieuwe plannen gebracht. Aanbouw zal worden vervangen voor nieuwbouw waarin onder meer de Statenzaal een plek krijgt. Dat betekent dat er opnieuw emplooi wordt gezocht voor de schepping van Henry Hope. Wandtapijten
Toen Welgelegen als provinciehuis in gebruik werd genomen schonken onder meer de Noordhollandse gemeenten voorwerpen ter aankleding. Merkwaardig daaronder zijn de wandtapijten, naar ontwerp van Willem Arondeus. Over het tot stand komen van de tapijten was heel wat geharrewar. Aanvankelijk was de opdracht verstrekt aan de schilder Willem van Konijnenburg. Deze weigerde de opdracht waarna Arondeus werd gevraag onder de zelfde voorwaarden ontwerpen te maken. Met enige tegenzin ging Arondeus aan het werk, de kunstenaar voelde zich niet prettig bij de taakomschrijving en had veel liever figuratief gewerkt. Zoals uitvoerig beschreven in een door het Provinciehuis uitgegeven brochure was het eindresultaat toch naar de zin van de kunstenaar. De tapijten die door de inwerking van het licht hebben ingeboet aan hun vroegere kleurenpracht zijn een typisch voorbeeld van de Art Deco stijl en in die zin heel bijzonder omdat er in de povere jaren dertig maar heel weinig monumentale kunstwerken van deze omvang in de stijl van de tijd tot stand zijn gekomen en zeker niet waar het textiel betreft. (bron: brochure Provinciehuis) Beelden In, aan en om het Provinciehuis is sprake van een interessante collectie beelden. Enkele bronzen beelden in de tuin stonden in de tijd van Hope in de hal van het huis. Het zijn in 1781 door Francesco Righetti gemaakte kopieën van klassieke beelden, onder meer Apollo. Ganymedes en Eros. In de gevel liet Hope beeldengroepen plaatsen die waren gemaakt door de Zuid-Nederlandse beeldhouwer Lambert Godecharle, zoals Contemplatio en Meditatio. Beide beelden die thans neerzien op het voorbijrazende verkeer waren bedoeld om de verbinding te leggen tussen de in het huis aanwezige beeldende kunst en de omringende natuur. De grote beelden aan de Dreefzijde, Apollo en Daphne en Proserpina en Pluto, werden in 1904 geplaatst door de Vereniging tot verfraaiing van Haarlem. Onder de moderne beelden kunnen worden genoemd de sculptuur van Truus Menger gemaakt bij de 40 jarige herdenking van de bevrijding aan het eind van de Tweede Wereldoorlog. Een krachtige groep paarden van Hugo Claus. Het Dakota Monument naar ontwerp van Theo Mulder ter nagedachtenis van de ramp met een Dakota vliegtuig in 1996 waarbij onder meer 23 provinciale medewerkers omkwamen. (bron: brochure Provinciehuis) |