HomearrowTelevisiearrowMooi Noord-Holland 2000arrowAflevering 2
Aflevering 2
Burgemeester en kunstenaar
Bergen als kunstenaarsdorp mnh_2000_2_a_bergen_kunsth

Het verhaal
Er zijn van die plaatsen waar om de één of andere reden kunstenaars gedijen. Ze wonen er graag en komen er tot grote creativiteit. Zulke plaatsen zijn bijvoorbeeld Domburg, Laren en Bergen. Dat Bergen in de loop van de twintigste eeuw zoveel  kunstenaars onderdak verleende - Herman Gorter, Adriaan Roland Holst, Leo Gestel, Charlie Toorop en vele anderen - is voor een groot deel te danken aan het artistieke burgemeestersechtpaar Jacob van Reenen en Maria Völter. Jacob was opgegroeid in het ouderlijk huis dat zijn vader had gekocht in het midden van de 19de eeuw, tegelijkertijd met de heerlijkheid Bergen. Het Oude Hof huisvest nu de Volkskuniversiteit. Jacob liet voor zichzelf en zijn vrouw schuin aan de overkant het huis Kranenburgh bouwen, dat nu een museum is.
Jacob en Maria hielden van kunst. Zij lieten bijvoorbeeld aan de overkant van hun huis in een warme zomermaand een tribune timmeren waar vijftienhonderd mensen een openluchtspel konden bijwonen. Door toneelspelers zoals de toen beroemde Willem Rooyaards werd het stuk Adam in Ballingschap van Joost van den Vondel opgevoerd.
In een krant  lezen we daarover een juichende kritiek:

"De achtergrond werd gevormd door het zachte groen van asparagus en het geheel afgesloten door heerlijk opgaand hout van loofboomen. En bij de voorstelling bleek dat de accoustiek uitnemend voldeed. Men hoorde alle stemmen der medespelenden duidelijk. Er werd natuurlijk niet van decor veranderd; dit bleek trouwens ook niet noodzakelijk. Het natuurdecor verveelt niet, zooals een geschilderd. Want het is een levend iets. Men ziet de boomen wuiven, hoort het ruischen, aanschouwt het wisselend spel van licht en schaduw. Vogels vliegen soms kwetterend voorbij of meeuwen in statigen vlucht glijden op gespreide vlerken door de lucht. Men hoorde soms van verre het loeien van vee, het kraaien van een haan - geluiden,die volstrekt niet hinderlijk waren. Zeer velen woonden de voorstelling bij, die een succes te meer voor Royaards was."

Van Reenen besloot grond uit te geven waarop huizen konden worden gebouwd. Onder strikte voorwaarden weliswaar. Er mochten bijvoorbeeld geen kippen of hanen worden gehouden in Bergen. Om de verbinding te verbeteren werd een spoorlijn aangelegd vanaf het station Alkmaar waarlangs vele decennia de roemruchte stoomtram Bello tufte. Van Reenen werd burgemeester van de nieuwe plaats. Zijn vrouw schreef een soort volkslied: Het liedje van de Bergenaar waarbij de componist  Philip Loots de muziek schreef.
Er moesten in het centrum rond de ruïnekerk een raadhuis komen met daarnaast het huis voor de schoolmeester en een postkantoor waar plechtig de eerste brief werd gepost door de dichter Herman Gorter.
Die eerste huizen zo gebouwd in het begin van de 20ste eeuw waren in een soort Oudhollandse stijl, die ons nu een beetje aan pannenkoekenhuisjes doet denken, maar die men toen mooi vond passen bij de oude kerk. Weldra echter kregen architecten zoals Berlage, Kramer, Blaauw en Staal opdrachten om huizen in Bergen te bouwen. Hun vaak welgestelde opdrachtgevers gaven de bouwmeesters de kans om zich helemaal uit te leven. Ze werkten in de nieuwe stijlen van hun tijd: Art Nouveau, Amsterdamse School. De Stijl. Het gevolg was dat Bergen een voorbeeld werd van architectuur uit heel verschillende perioden in de twintigste eeuw. Bergen is als het ware een leerboek van de moderne architectuur waar we heel zuinig op moeten zijn.

Al spoedig vestigden zich in Bergen de eerste kunstenaars zoals Jaap Veldheer en zijn vriend Job Graadt van Roggen. Ze woonden met hun echtgenotes als buren aan de Russenweg. Hun huizen en het atelier van Graadt van Roggen staan er nog steeds. 
 
Job Graadt van Roggen werd het bekendst van de twee. Hij was als dreumes van de trap gevallen en door dat ongeluk doof geworden. Dat had als gevolg dat hij naar school ging op het doveninstituut in Groningen waar heel veel tijd werd besteed aan creativiteit, zodat Job alle kans had zich te ontwikkelen. Hij werd vooral bekend door zijn etsen, hoewel het fijne werk met de etsnaald hem op den duur niet bevredigde en hij in de schilderkunst meer mogelijkheden vond om het licht en de ruimte van de landschappen in Bergen, maar ook de impressies van zijn vele reizen door Europa, uit te werken. 

 

mnh_2000_2_c_bergen_graadt1


ACTUELE INFORMATIE

Museum Kranenburgh
Het vroegere woonhuis van het burgemeestersechtpaar Van Reenen huisvest nu een museum dat in een voortdurende reeks interessante exposities de Bergense kunst en raakvlakken daarmee belicht.

Museum Kranenburgh Bergen
Hoflaan 26, Postbus 101, 1860  AC Bergen (NH)
e-mail: Museum Dit e-mailadres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit te kunnen bekijken
tel: 072-5898927
fax: 072-5899106
open: di. t/m zon. 13-17 uur

Bello
Het stoomtrammetje Alkmaar-Bergen is niet meer. Maar Bello rijdt nog steeds. Nu als een van de locomotieven van de Museum Spoorlijn Hoorn-Medemblik
tel: 0229-214862   fax: 0229-216653
De Museum Spoorlijn heeft ook een heel leuke website compleet met rijdende treintjes: www.stoomtram.demon.nl 

ACHTERGRONDINFORMATIE

mnh_2000_2_b_bergen_natuur1Boeken
In Museum Kranenburgh is een welvoorziene museumwinkel, wij plukten er uit:
 -Bouwkunst in Bergen aan Zee, 1900-1940
Een handzaam gidsje met plattegrond en fotootjes van de belangrijkste huizen in Bergen  uit de diverse periodes met korte informatie over de architecten en de stijlen.

- Brochure De eerste kunstenaars in Bergen (NH) rond 1900
Met onder meer informatie over Job Graadt van Roggen. Nr. 9 in de reeks Kranenburgh Cahiers

- Nog verkrijgbaar de reprint van het in 1943 verschenen boek De Bergensche School door de journalist D.A. Klomp die veel van de Bergense kunstenaars uit zijn tijd persoonlijk kende.

- "Er moeten nogal wat halve-garen wonen"  De titel - ontleend aan een uitspraak van Nescio over de Bergenaren -uit een heerlijk boekje geschreven door Willem van Toorn vol verhalen en anekdotes over het wonderlijke kunstenaarswereldje van Bergen in de 20ste eeuw

Citaten
"Ken je Bergen binnen? Een urbaan plaatsje, met twee aardige hotelletjes bij de ruïne, tal van koekebakkers & sigarenwinkels en zelfs een vrij goeie 'middelbow' boekwinkel. Er moeten nogal wat halve-garen wonen, maar die zie je niet. Een niet al te banale drukte van zomergasten."
(Nescio, in een brief uit 1951)

"Ik zie naar ieder wind
Op elke verre kust
Doch in mij zelve vindt
Gij aller streken rust."
(Opschrift op het huis van Adama van Scheltema 'De Windroos', gebouwd in 1912, nu Adama van Scheltemalaan no. 4)

Wat
doet
een man?

Hij
geeft de zee
namen

Hij
gaat 
naar het strand

Hij 
geeft
de zee
een naam

Hij
geeft
zijn taal
aan de zee

Hij
geeft 
aan de zee
de mond
van de aarde

Hij
geeft
alle namen
aan de zee
(Jan Arends, luchpauzegedichten, geschreven voor A. Roland Holst)

"Zoals het melkig licht stroomt over de 
Vuurblauwe zee, een totaal klaren dag.
De menschen op het land baden zich in
Het licht, en van den donkren hemel stroomt
Het blauw als vuur langs alle kanten des koepels."
(Uit Pan van Herman Gorter, geschreven in het huis aan de Verbrande Panweg in Bergen)

mnh_2000_2_e_bergen_natuur2"..... De voorjaarshemel is al blauw. De wilgen vormen een scherm van zilver loofwerk buiten het venster. Rondom, wijd en zijd, het Noordhollandse landschap met hier en daar het puntdak van een boerenplaats, omringd door zwaar geboomte. Geheel in de verte de duinenrij. Stilte, tastbare stilte, verbroken en verdiept door het leeuwerikslied en de schier hoorbare adem van de onzichtbare zee."
(Geschreven door Martinus Nijhoff bij de zestigste verjaardag van A. Roland Holst)
 

Het liedje van den Bergenaar
tekst: mevrouw M. van Reenen-Völter (op muziek gezet door Philip Loots)

Ik heb het lief, mijn dorpje klein
Daar aan der duinen rand.
Zoo lieflijk, zoo vol zonneschijn
Is geen in 't heele land

Ik heb ze lief, de huisjes laag
Verscholen in het groen,
Omgeven door een Meidoornhaag
En geurig bloemfestoen

Ik heb het lief, het bosch zoo wijd,
De mooie sparrenlaan,
Waar eik en dennen zijd aan zijd,
Naast hooge beuken staan.

Waar nachtegaal en merel zingt
In 't jonge kreupelhout,
Waar het gekweel der lijster klinkt, 
Zijn nest de reiger bouwt.

Ik heb het lief, het blonde duin,
Waar ver ik dwalen kan,
In zijne pannen teer en fijn
Veel wondre bloemen staan

Ik heb het lief, het Bergerstrand,
De groote, wijde zee,
De golven brengen op het zand
Veel duizend schelpjes mee.

Ze gaan en komen, zonder rust,
Nu blauw, dan zilvergrijs;
Ze breken schuimend op de kust
En zingen deze wijs:

Heil Bergen, heil het dorpje klein,
Daar aan der duinen rand;
Zoo lief'lijk, zoo vol zonneschijn,
Is geen in 't heele land.
 

 
< Vorige   Volgende >
photo_vervolg_13.jpg