Home
Aflevering 11
Friesland
Over vissers en tegels

Zuiderzee
Friesland heeft veel aan de Zuiderzee te danken. De vissers haalden er hun vis. De kooplui voeren vanuit de Friese havensteden naar alle windstreken. Vanuit het achterland werden graan, boter, kaas, vee, maar ook aardewerk, tin, baksteentjes en nog veel meer artikelen over zee naar Holland gevoerd. De zee beschermde Friesland tegen opdringende vijanden. De zee bewaarde het eigene van Friesland met onder meer de eigen taal. het Fries met daarop variëteiten zoals de talen die worden gesproken in bijvoorbeeld Hindelopen, Harlingen of Stavoren.

Molkwerum
In een bibliotheek in Florence worden een paar enorme boeken bewaard die herinneren aan de reizen van Prins Cosimo de Medici. Daarin is een grote tekening te zien van Molkwerum dat toen een belangrijk havenstadje was. De prins was nieuwsgierig naar de merkwaardige kleding die in Molkwerum werd gedragen en het opmerkelijke dialect dat er gesproken werd. Hij kwam er op een warme zomermiddag. Er was niet veel te zien. De mannen waren op zee en de vrouwen trokken zich terug in hun huizen. Wel viel het Cosimo op dat er veel ooievaars nestelden in de havenplaats.
Veel van die rijkdom uit de gouden eeuw is verdwenen, maar soms duikt er nog iets op dat herinnert aan de vroegere pracht en praal. Onlangs werd er een prachtig beschilderde deur gevonden die nu wordt bewaard in de oudheidkamer van Molkwerum.

Hindelopen
In Hindelopen - één van de elf Friese steden - is veel meer bewaard gebleven dat herinnert aan de rijkdom uit het verleden. De naam komt waarschijnlijk van de plant "hintlope" de middeleeuwse naam voor wilde andijvie, die hier in overvloed groeide, maar kan ook van Hindalope komen, de plaats waar hinden lopen.

Het overgrote deel van de bevolking bestond uit schippers die met fluitschepen naar alle windstreken voeren om handel te drijven. ‘s Zomers waren de mannen op zee en Hindelopen een stad met bijna uitsluitend vrouwen. ‘s Winters lagen de schepen in Amsterdam - want Hindelopen had geen eigen haven - en waren de mannen thuis.

In het najaar gingen de vrouwen hun mannen ophalen in Amsterdam en dan werd er flink gewinkeld. De vrouwen kochten in de stad sitsen die de VOC schepen uit India aanvoerden, want dat werd gebruikt voor het typische Hindeloper kostuum.
Nog altijd zijn er dames die de traditionele kostuums kunnen maken en die dragen bij bijzondere gelegenheden, hoewel er al in 1830 werd geklaagd dat het Hindeloper kostuum helemaal zou verdwijnen:

"De aalde dragt geet heel oen kaant
Jit eenege dregge ‘t meer
Ijk tijnk so vaaik wol bij mij sem
Wur mut dit henne o heer
Vorkaaijse wot uus schone proenk
As keeften, kisten klaan,
Men wol op al dat baske goed
Gin aaigen meer op slaan"

Makkum
Veel van de fraaie interieurs uit het verleden zijn verdwenen, maar soms komen ze weer te voorschijn en worden dan met veel zorg gerestaureerd, zoals in het huis van de familie Tichelaar in Makkum. De Koninklijke Tichelaar in Makkum maakt al meer dan vier eeuwen aardewerk, onder meer tegels, maar ook borden, schalen, vazen en nog veel meer. Zelfs de familienaam wijst op het beroep dat al eeuwen van vader op zoon wordt overgedragen. Veel aardewerk uit Makkum werd over de Zuiderzee naar Amsterdam vervoerd . Tegels gingen ook mee met de VOC schepen als ballast. In Azië werden ze dan bij het bouwen toegepast. Zo kan het gebeuren dat in forten en pakhuizen in Jakarta. Malakka of Cochin, tegeltjes uit Makkum opduiken.

Sneek
In Sneek is het Fries Scheepvaart Museum gevestigd. Een prachtig museum met uiteraard een collectie over alle mogelijke schepen, modellen, schilderijen, tegeltableaus. Maar ook een complete kamer afkomstig uit het huis van de dochter van een scheepsbouwer die was getrouwd met een reder-koopman-houtmolenaar. Wie rond draait in de kamer vindt op alle wanden afbeeldingen die herinneren aan het familiebedrijf, de molen, een scheepswerf, de huizen waar men woonde. Er is ook een gezicht op Stavoren met een hoekje in het stadje dat niet veel veranderd is.

Stavoren
Stavoren, de oudste van de elf Friese steden was ooit een bloeiende havenstad, waar vooral veel geld is verdiend met de handel op de Oostzee, maar daar is een eind aan gekomen en volgens de legende is dat de schuld van de roemruchte Vrouwe van Stavoren:

Een rijke weduwe uit het Friese Stavoren beval een zeekapitein om na zijn reis iets 'kostelijks' voor haar mee te nemen. Toen hij haar bij thuiskomst een lading tarwe bracht, met de woorden: "Ik bracht tarwe naar uw zin, als edelst wat wij vonden", werd zij woest. Ze gooide het kostelijk graan in zee en wierp vervolgens onder luid geschreeuw, ook haar ring in het woelige water. Tegen een toevallige voorbijganger riep ze: "Pas als de zee deze ring teruggeeft, zal ik armoe gaan lijden. Deze ring zal ik daarom nooit weer terug zien!" Maar helaas voor het ondankbare vrouwtje, vond ze de ring terug in de maag van een vis die later in de zee werd gevangen. . Ze had iemand namelijk opdracht gegeven om een vis uit zee te vangen, maar toen ze een hap uit dit grote dier zou nemen, zag ze tot haar grote schrik ook haar eigen ring. Vanaf dat moment gingen al haar schepen verloren, werd ze beroofd van al haar bezittingen, en stierf de weduwvrouw als bedelares. Tegenwoordig is dit ondankbare vrouwtje als standbeeld te bewonderen! Het beeldje, een vrouwfiguur in een 15e-eeuws kostuum, dat over de voormalige Zuiderzee tuurt, is te vinden aan de Rijkshaven, bij de gerestaureerde oude sluis in Stavoren.

(Versie verteld door De Gouden Cirkel)

Harlingen
In Harlingen vind je nog veel huizen waar vroeger rijke kooplui of fabrikanten woonden. Dat was bijvoorbeeld het huis van azijnfabrikant Sybrand Hingst aan het Noordijs. Sybrand trouwde met Jacoba Huidekoper, een meisje uit Midlum. En aan de dat huwelijk wordt een leuke herinnering bewaard in Gemeentemuseum Het Hannemahuis. Op een smartlap werd meestal een droeve geschiedenis uitgebeeld die op kermissen werd verteld en gezongen. Maar de smartlap in Harlingen geeft momenten uit het leven weer van de Azijnfabrikant en zijn vrouw. We zien hoe Sybrand zijn Jacoba ten huwelijk vraagt. Op haar jawoord wordt die zelfde avond nog de dorpsomroeper er op uit gestuurd om het blijde bericht mee te delen. Dan volgt de bruiloft en gaat het stel in Harlingen wonen.

Het museum heeft nog meer herinneringen aan huwelijken zoals knottekistjes uit de 17de en 18de eeuw.

Een knottekistje was een huwelijksgeschenk. Volgens oeroud gebruik vroeg een jongen een meisje door haar een mooie doek met daarin een paar geldstukken geknoopt aan te bieden met de woorden:

Wotte ? - sa wotte
Sa heste de knotte
Wost it net dwaen
Den kinst my de knotte werjaen
( Wil je ? - Als je wilt
Dan heb je de knotte doek
Wil je niet
Dan moet je mij de knotte terug geven)

Als het meisje de knoop aantrok was de zaak beklonken. De munt werd zorgvuldig bewaard. Later kwam in plaats van de doek een zilveren kistje versierd met huwelijkssymbolen met daarin de huwelijkspenningen.

Zie ook:
Gemeentemuseum Het Hannemahuis: www.vvv-harlingen.nl
Hidde Nyland Hindeloper Museum: www.hindeloopen.com
Fries Scheepvaart Museum: www.friesscheepvaartmuseum.nl
Koninklijke Tichelaar Makkum: www.tichelaar.nl

 
< Vorige   Volgende >